Historie arbeidsmigratie

Arbeidsmigratie is van alle tijden. Mensen hebben zijn altijd naar de gebieden getrokken waar er werk voor hen was. Voorbeelden hiervan zijn de Hannekemaaiers, die van de 17e tot de 19e eeuw elk jaar vanuit Duitsland naar Nederland kwamen om het gras in de duinen te maaien. Ze verlieten hun gezin om voor enkele maanden naar Nederland te komen. Hierdoor waren ze in staat om hun inkomen uit het kneuterboerderijtje dat ze vaak hadden aan te vullen, waardoor ze niet aan armoede ten onder gingen. 

In de tijd van de VOC waren er in Nederland veel arbeidsmigranten. Deze monsterden aan, gelokt door de grote hoeveelheid geld die zij konden verdienen door avontuurlijke en gevaarlijke zeereizen. Rond 1600 bestond Leiden voor 55% en Amsterdam voor 40% uit arbeidsmigranten.

Ook in de meer recente geschiedenis zien we dat Nederland arbeidsmigranten nodig heeft. Vele Spanjaarden, Portugezen en Italianen hebben in Nederland gewerkt. Ook Engelsen, Duitsers en Grieken hebben de Nederlandse economie tijdelijk versterkt. En natuurlijk de gastarbeiders uit Turkije en Marokko waren een welkome aanvulling op de arbeidsmarkt. 

Het afgelopen decennium zijn met name de werknemers uit Midden- en Oost-Europa aan de slag gegaan in Nederland. Wat begon als invulling van seizoensarbeid in de land- en tuinbouw, heeft zich ontwikkeld tot een sector die een onmisbaar deel vormt van de Nederlandse economie. 

Daarbij gaat het al lang niet meer om seizoensarbeid, maar om arbeid die het hele jaar door vervuld moet worden. In alle sectoren, op alle niveaus en uit alle landen van binnen en buiten Europa.